Beheer: Beekherstel, inrichting en onderhoud




Inleiding
Hoe kun je rekening houden met Grote Gele Kwikken?
Veel mensen vragen ons hoe ze hun omgeving geschikter kunnen maken voor de kwikken. De vragen komen bijvoorbeeld van vogelwerkgoepen, waterschappen, Rijkswaterstaat of de Dienst Landelijk Gebied.
Om rekening met de vogels te houden, is het noodzakelijk de ecologie van de Grote Gele Kwikstaart kennen. Op deze site vind je daarover veel informatie, maar we willen hier alles nog kort bij elkaar zetten.
Een goede biotoop voor Grote Gele Kwikstaarten voldoet aan twee vuistregels:
  • Voedselgelegenheid: kale, niet of nauwelijks begroeide oppervlakken, het liefst nat en grenzend aan stromend water
  • Nestgelegenheid: donkere nissen en holten die moeilijk bereikbaar zijn voor predatoren

Op deze pagina is de focus gericht op biotoopverbetering.
Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kleinschalige lokale maatregelen (patroonbeheer) en grootschalige maatregelen gericht op herstel van natuurlijke processen (procesbeheer).
Voor gedetailleerde informatie over nestkasten, zie de pagina "Bescherming".



Voedselgelegenheid
Grote Gele Kwikken zoeken hun prooien op Ďt oog en jagen vooral lopend aan de waterkant. Ze houden van stromend water. Ze pikken insecten van de oever, uit het water, of uit de lucht. Ze kunnen goed uit de voeten op vrij vlakke, natte, kale plekken, of plekken die heel kort of weinig begroeid zijn. Dit soort plekken moet wel het hele broedseizoen beschikbaar zijn, zodat de ouders en jongen altijd voedsel kunnen vinden.



Langs beken jagen kwikken op allerlei plekken, zoals: zandbanken, zand- of slikrandjes, puin, houten of stenen oeverversterkingen, samengedreven vuil, vuilvangers, zandvangers, stortstenen van vistrappen of modderige zijslootjes.
Langs kanalen benutten ze natte sluisdeuren en stootbalken die aan de waterlijn liggen.
Op rioolwaterzuiveringen zoeken ze onder andere voedsel langs effluentsloten, beluchtingstanks, goten en op randen van nabezinktanks. De kwikstaarten zijn opportunisten. Ze kunnen ook foerageren op wegen, langs poelen en vijvers, op zeer korte gazons en op daken.


Grote gelen zijn dus niet 100 % afhankelijk van stromend water. Het is zeldzaam, maar op sommige plaatsen zijn voldoende 'vreemde' oppervlakten om te jagen, bijvoorbeeld opslagterreinen.
En sommig op het oog geschikt biotoop trekt onverwacht geen broedparen. Dit gebeurt in het voorjaar als de waterschappen de stuwen strijken, zodat boeren hun land kunnen bewerken. Veel watergangen lijken dan geschikt; de waterstand is laag en overal zijn voor onze kwik geschikte slikrandjes ontstaan. Als de landbewerkingen achter de rug zijn, stuwt men het water weer op naar zomerpeil en Ďverdrinkení deze slikranden. De drooglegging duurt een relatief te korte tijd, te kort voor een kwikstaartbroedsel.


Grote Gele Kwikstaarten zijn in het algemeen wel liefhebbers van een dynamisch milieu. Ze mijden reeds lange tijd begroeide oevers met een gesloten vegetatie van lang gras, netels of riet.
Vistrappen en beekherstelprojecten zijn daarom vooral in de beginjaren zeer aantrekkelijk voor Grote Gele Kwikken. Ze verliezen daarentegen veel van hun aantrekkingskracht als de stortstenen of oevers te dicht begroeid raken.
Oevers die loodrecht in het water Ďvallení, zoals muurtjes, bieden geen foerageermogelijkheden.
Hetzelfde geldt voor oeverbeschoeiingen als damwanden. Daardoor is 99% van het Wilhelminakanaal ongeschikt voor de Grote Gele Kwikstaart.










De mooie Brabantse bosbeken, zoals het Esperloopje, de Beerze, de Sterkselsche Aa, de Rosep en de Rovertsche Leij lijken, gelet op bovenstaand, als foerageergebied bijzonder geschikt.
Langs deze mooie bosbeken broeden echter amper Grote Gele Kwikken en als ze er toch zitten, dan hangt dit samen met de aanwezigheid van kunstmatige voorzieningen zoals vistrappen (Beerze) of gebouwen in een waterrijke omgeving (kasteel Heeze).
Mogelijk is er elders langs de bosbeken onvoldoende nestgelegenheid?




Nestgelegenheid


Grote Gele Kwikstaarten broeden in vrij kleine holten, nissen en spleten. Van nature komen die bijvoorbeeld voor tussen stenen en rotsen of tussen boomwortels.
In Brabant zijn de kwikken echter echte cultuurvolgers. Vrijwel alle nesten zitten in menselijke bouwsels bij het water.
We vinden ze vooral onder bruggen, in sluizen, watermolens, op stuwen of rioolwaterzuiveringen. Ze broeden er op steunbalken, achter muurankers op damwanden, in tandwielkasten, op stuwbalken, op sluisdeuren, enzovoort. Ze zoeken vaak een donkere hoek op of een gat in een muur. Een diepe scheur of een verstopte regenwaterafvoer kunnen al voldoen.


De beste broedplaatsen zijn alleen vliegend toegankelijk. Ze bevinden zich boven het water of in steile oevers. Helaas zijn veel betonnen bruggen en andere kunstwerken ongeschikt doordat de wanden te glad afgewerkt zijn en holten ontbreken. Op dergelijke plekken bieden nestkasten uitkomst. Grote Gele Kwikstaarten maken graag gebruik van de speciaal voor hen ontworpen nestkasten, mits die op veile plekken hangen. Een nestkast onder een brug of aan een sluiswand biedt optimale bescherming tegen predatoren als katten, ratten en marters.
Met een nestkast is een gladde betonnen brug of ander kaal kunstwerk opeens wel Okť.
Klik hier voor meer voorbeelden van nestlocaties.
Klik hiervoor meer info over nestkasten.







Biotoopverbetering
Uitgaande van de twee ecologische vuistregels, kunnen we de biotoop van Grote Gele Kwikstaarten op de volgende manier verbeteren:
  • Voedselgelegenheid: creŽer permanent kale, vlakke, natte plaatsen aan stromend water.
  • Nestgelegenheid: creŽer vrij donkere nissen en holten die moeilijk bereikbaar zijn voor predatoren.

Hierbij is het zinvol de aandacht te richten op de plekken waar het water wat sneller stroomt, zoals bruggen, stuwen, vistrappen, sluizen en rwziís. Dit zijn de plekken die de Grote Gele Kwikstaart interessant vindt, op dergelijke plaatsen met wat natuurlijke dynamiek is de kans op succes het grootst.






Lokale maatregelen
Met lokale maatregelen bedoelen we ingrepen die de biotoop van de Grote Gele Kwikstaart op een bepaalde plaats verbeteren. De maatregelen zijn relatief gemakkelijk uit te voeren en kosten vrij weinig. Ze zijn gericht op het verbeteren van de voedsel- of nestgelegenheid. Het zijn tamelijk kunstmatige maatregelen die men kan uitvoeren bij onderhoud- of herinrichtingwerkzaamheden. De maatregelen zijn effectiever als men ze combineert.
  • benut het dynamische water

  • De meest dynamische plaatsen zijn het geschiktst voor de kwikstaarten. De dynamiek zorgt dat oevers niet begroeien. Sta toe dat er op potentiŽle broedplaatsen wat kanten afbrokkelen, zandbanken ontstaan, of vuil bijeen drijft. Leg zo nodig een vuilvanger in het water.
  • bescherm oevers met stortstenen

  • Plekken met een hogere stroomsnelheid hebben vaak een steile oeverbescherming die bestaat uit beklede paaltjes of stenen. Daar kunnen de kwikken niet op foerageren. Vervang ze door puin of stortstenen. We weten nog niet precies hoeveel foerageergebied de vogels nodig hebben, maar waarschijnlijk is 50 meter aan weerszijden van een brug of stuw voldoende. Alles samen hebben ze dan 200 m foerageerstroken.


  • maak schuine oevers

  • Veel oevers zijn te verticaal voor Grote Gele Kwikken. Een onbegroeide vlakke of schuine Ďvoetí aan de waterlijn maakt dat de vogels er kunnen foerageren.
  • verwijder periodiek de begroeiing

  • Veel oevers zijn te sterk begroeid voor Grote Gele Kwikken. Verwijder de begroeiing. Dit geldt vooral voor plekken die verder geschikt zijn, zoals vistrappen.
  • creŽer nestgelegenheid

  • Als bij goede foerageerplekken geen broedgelegenheid aanwezig is, kan een nestkast opgehangen worden. Het is ook mogelijk om onder bruggen nissen te maken door stenen of balkjes in richels of spleten te leggen. Of om gaten te boren (doorsnee > 7 cm, diepte > 15 cm), of stenen te verwijderen. Dit kan natuurlijk alleen de eigenaar doen of laten doen.





    Grootschalige maatregelen
    Op proces-beheer gerichte maatregelen verbeteren de biotoop van de Grote Gele Kwik in een groter gebied, ze geven ruimte aan natuurlijke processen zoals oeverafslag en zandbankopbouw. Het uitvoeren van dergelijke maatregelen kost meer tijd en geld, maar ze leveren ook veel meer op. Ze verhogen natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in een groter gebied. Ze maken beken, dorpen en steden aantrekkelijker voor vele andere planten en dieren en voor mensen.
    De Grote Gele Kwikstaart is slechts een van de soorten die van de maatregelen profiteert, maar als de kwikken ergens wonen, dan is de natuur kwalitatief goed en biedt mogelijkheden voor de meeste beek-gebonden soorten.
    Daarom heeft het
    Waterschap De Dommel de Grote Gele Kwikstaart uitgeroepen tot ambassadeursoort.
    de Grote Gele Kwikstaart is in het jaar van de Biodiversiteit 2010...

    door Waterschap De Dommel uitgeroepen tot "Ambassadeursoort"

    We onderscheiden zes categorien grootschalige maatregelen:
  • beekherstel gericht op natuurlijke dynamiek

  • ontstuwing waterlopen met open vistrappen

  • herstel stads- en dorpswateren

  • herstel van watermolens

  • natuurvriendelijke rioolwaterzuiveringen

  • beheer van kanalen





  • beekherstel gericht op natuurlijke dynamiek

  • Bij beekherstel herstelt men zoveel mogelijk de oorspronkelijke loop en dynamiek van een beek. Waterschap de Dommel heeft op vele plaatsen succesvolle projecten uitgevoerd.
    Een mooi voorbeeld is het project Beekherstel "de Beerze". Andere voor onze kwik prachtige projecten zijn in uitvoering, bijvoorbeeld Waterharmonica "Soerendonk".
    Er is in Brabant een aantal beekjes waar Grote Gele Kwikken zouden kunnen voorkomen, die nu nog ongeschikt zijn. Het zijn plekken met veel natuurlijk reliŽf, zoals op de rand van de Peelhorst en de terrasrand langs de Maas. Daar stromen de waterlopen van nature sneller.
    Deze hebben potentie voor de Grote Gele Kwikstaart, en andere soorten. Vooralsnog zijn ze echter soortenarm door kanalisatie en stuwing. We denken hierbij aan delen van de Hooge Raam, het Peelkanaal, de Oeffeltsche Raam, de Sambeeksche Uitwatering en een loopje in Vortum-Mullem. De Sint-Jansbeek heeft lokaal een vergelijkbaar verval en wordt bewoond door Grote Gelen. In West-Brabant biedt de westrand van de Brabantse Wal misschien ooit mogelijkheden voor de kwikken langs Zoom, Blaffert en Heiloop. Kolonisatie is er voorlopig echter lastig, omdat de biotopen ver van de Vlaamse of Oost-Brabantse verspreidingsgebieden liggen.




  • ontstuwing waterlopen met open vistrappen.

  • Beekherstel gaat vaak samen met de aanleg van vistrappen om de effecten van stuwing te verzachten. Plekken met vistrappen worden relatief vaak benut door de kwikstaarten. Voorbeelden vinden we in de Beerze op Kampina, in de Kleine Dommel in Geldrop en in de Dommel in Sint-Oedenrode.

    In de buurt van vistrappen is vaak geen broedgelegenheid en ze raken na enkele jaren meestal te sterk begroeid. Sommige waterschappen leggen geen open vistrappen aan maar gebruiken korte, gesloten prefab-vispassages. Deze zijn direct naast de stuw geplaatst, bijvoorbeeld langs de Aa of Weerijs. Dit model vistrap wordt niet gewaardeerd door Grote Gele Kwikstaarten!
    In kleinere waterlopen vervangt men stuwen wel eens door een serie lage puindammetjes, zoals langs de Koevoortsche Loop. Die worden door de kwikken gebruikt om te foerageren. Als er genoeg bij elkaar liggen zijn ze waarschijnlijk ook geschikt om te broeden, mits nestgelegenheid voorhanden is.








  • herstel stads- en dorpswateren.

  • Grote Gele Kwikken voelen zich goed thuis in steden en dorpen. De trottoirs, goten, wegen, daken, dakgoten, allemaal plekken waar insecten op kunnen waaien, dus potentiŽel foerageergebied.
    Er broedt bijvoorbeeld al jaren een paartje bij het van Abbe-museum in Eindhoven (foto rechts).
    Helaas zijn veel waterlopen in het stedelijk gebied tegenwoordig overkluisd of verdwenen.
    Verdwenen, weggestopt onder beton en asfalt, zijn:
    de Gender in Eindhoven,
    de Groote Beek in Eindhoven,
    de molentak in Sint-Oedenrode
    de Binnendommeltjes van Boxtel.
    Herstel van de historische dorpse en stadse waterlopen verfraait niet alleen de leefomgeving van mensen, maar schept ook nieuw biotoop voor Grote Gelen...







  • herstel watermolens.

  • Watermolens waren vroeger vrij talrijk in Brabant, maar het is ze slecht vergaan. Van de zes molens langs de Beneden-Dommel is bijvoorbeeld alleen de Hooidonkse Molen nog over. Langs de Boven Dommel staan er gelukkig nog meer, zoals de Venbergse, Collse en Opwettense watermolen.
    Herstel van de watermolens is niet alleen cultuurhistorisch gezien interessant, maar ook recreatief en daarmee ook economisch.
    Dat het mogelijk is, laat de reconstructie van de Kilsdonkse Watermolen zien. Het kunnen echte trekpleisters worden, zoals de Spoordonkse Watermolen (Beerze) of de Venbergse Watermolen. Ook de natuur vaart er wel bij, zeker als de bovenstroomse molenmoerassen hersteld worden.
    Grote Gele Kwikken zullen zeker van molen-herstel profiteren. Nu al zijn de Kempense Watermolens topbiotopen voor de vogels.












  • natuurvriendelijke rioolwaterzuiveringen.

  • Rwziís zijn in Brabant belangrijke biotopen voor Grote Gele Kwikken. Er kunnen zelfs meerdere paartjes broeden.
    Recent worden waterpartijen zoals nabezinktanks 'helaas' vaak overkoepeld. Waterschappen doen dit om de stikstof- en zwaveluitstoot te beperken en zo aan milieuvoorschriften te voldoen. Daarmee beperken ze echter ook de foerageermogelijkheden voor de kwikstaarten.
    Hoewel de nabezinktanks door overkoepeling ongeschikt worden, blijven er geschikte plekken, zoals helofytenfilters, of overloopvijvers met steeds wisselende waterstanden.
    Dit soort elementen worden op rwzi Hapert graag benut door Grote Gelen.
    En gelukkig zijn de waterschappen creatief en welwillend. Waar het productieproces van zuivering dit toelaat, worden soms maatregelen getroffen die de Grote Gele ten goede komen, zoals de aanleg van cascades in afvoerkanalen.
    Een prachtig voorbeeld van het samengaan van industriŽle functie met natuurwaarden, is het verbouwde afvoerkanaal van de rwzi Sint-Oedenrode.
    Daar ligt nu een verlengde semi-natuurlijke waterstroom met cascades en wisselende waterstanden.
    Grote Gele Kwikken maken er dankbaar gebruik van.













  • beheer van kanalen

  • Verschillende sluizen en bruggen hebben de laatste decennia hun functie verloren en zijn (deels) verdwenen. Cultuurhistorisch gezien zijn sluizen echter interessant en voor Grote Gele Kwikken zijn het belangrijke biotopen. Kanaaloevers waren vroeger belangrijke broedplaatsen voor IJsvogels en Oeverzwaluwen. Nu zijn ze op veel plaatsen beschoeid met damwanden en ongeschikt voor die vogelsoorten. Ook Grote Gele Kwikstaarten hebben ze weinig te bieden, want de oevers zijn ongeschikt als foerageerplaats. Het zou goed zijn ze te vervangen door beschoeiingen met onbegroeide horizontale of schuine delen op de waterlijn die regelmatig overspoeld worden. Daarop kunnen de kwikstaarten goed foerageren. Dit heeft alleen zin als er ook broedgelegenheid in de omgeving is.

























    Laatst gewijzigd 05/04/2011

    eco-on-site